Martin Crimp is één van de opwindendste Britse toneelauteurs van de laatste twee decennia. Zijn werk wordt gekenmerkt door zijn visie op de eigentijdse maatschappij die hij ziet als een plek van sociaal bederf, moreel compromis en nauwelijks onderdrukt geweld. Crimp is geboren op 14 februari 1956 in Dartford, Kent, maar de familie verhuisde naar York nadat zijn vader, die bij het Britse Spoor werkte, werd overgeplaatst. Na het afronden van zijn studie Engels aan de St Catharine Universiteit van Cambridge in 1978, begon Crimp met het schrijven van fictie; een verzameling van korte verhalen, An Anatomie en een novelle; Early Days.
Na zijn eerste werken kwam hij met ideeën voor theaterteksten. Nadat het Royal Court Theatre in 1990 zijn No One Sees the Video opvoerde, werd Crimp een centraal figuur in de nieuwe toneelscène van Engeland, met een belangrijke invloed op toneelschrijvers zoals Sarah Kane. Prille teksten waaronder Living Remains (1982), Four Attempted Acts (1984) en Dealing with Clair (1988) vertonen een sterke dramaturgische eenheid en een stilistische coherentie waarin de auteur consequent en op een lineaire manier een thema uitwerkt.
Met die lijn breekt hij echter in het midden van de jaren ’90. Met Attempts on her Life (Haar leven, haar doden) uit 1997, zijn bekendste stuk waarmee hij ook internationaal doorbrak, zoekt hij naar wat hij zelf omschrijft als ‘de ontbinding van de dramavorm’. Het experimentele Attempts on her Life bevat geen plot, of tenminste niet in de traditionele zin van het woord. In zeventien scènes spreken verschillende duo’s over ene Ann. Hoewel Ann nooit op het toneel verschijnt, schept iedere scène weer een nieuw beeld van haar. In de ene scène is zij een pornoster, in een andere een terroriste en uiteindelijk zelfs een nieuw merk auto. Crimp schetst hierin een maatschappij die door consumptie gedomineerd wordt en waarin de ziellooheid voelbaar is.
Met The Country (2000) keert Crimp weer even terug op het spoor van de klassieke opbouw. Elementen uit thrillers en ‘whodunits’ spelen hierin een belangrijke rol. In dit stuk schetst hij in snelle, rake scènes een complex beeld van een huwelijk. Een huwelijk waarin de leugen geslikt wordt en het verlangen gesmoord. En waar tevergeefs de angstaanjagende werkelijkheid op afstand wordt gehouden.
Maar een jaar later, de dag voor de aanslag op de Twin Towers zet Crimp een punt achter de eerste twee delen van wat later het drieluik Fewer Emergencies zal worden. Hij grijpt terug op de stijl van Attempts on her Life en schrijft twee korte schetsen waarin vier naamloze personages in een ongedefinieerde ruimte verhalen over: een massamoord op een lagere school (Face to the Wall) en een woonwijk waarin rellen zijn uitgebroken (Fewer Emergencies).
Face to the Wall (een stuk van slechts 15 minuten) wordt los opgevoerd in The Royal Court.
In 2005 schrijft Crimp nog er nog een derde deel bij (A whole Blue Sky) en zo wordt Fewer Emergencies uiteindelijk een drieluik.
Crimp combineert in dit stuk humor en zwartgalligheid om de toeschouwer te confronteren met zinvolle vragen over materialisme, sociaal verval, gebrek aan idealisme en de normen en waarden van de middenklasse. Met zijn teksten slaagt hij erin om op een kritische maar genuanceerde manier iets te vertellen over de wereld waarin we leven.










